Zelfmeting bloeddruk

Zelfmeting van bloeddruk voorspelt risico beter dan huisarts meting


Zelfmeting van bloeddruk voorspelt risico op hart- en vaatziekten beter dan huisarts meting, concluderen Verberk, Kroon, en Leeuw, in het artikel 'Praktische vragen bij het zelf meten van de bloeddruk' in het NTvG van deze week.

Over het zelf meten van de bloeddruk is veel onduidelijkheid vooral met betrekking tot de nauwkeurigheid van de metingen en de bruikbaarheid van de hiermee verkregen resultaten. Maar zo stellen de auteurs ook ten aanzien van de klassieke bloeddrukmeting in de spreekkamer is wantrouwen minstens zo gerechtvaardigd. Door variaties in de bloeddruk is het onmogelijk conclusies te trekken uit het resultaat van één meting en hebben veel patiënten ten tijde van de conventionele meting een hogere bloeddruk als gevolg van het zogenaamde ‘wittejasseneffect’.

 

De uitslagen van zelfmetingen van de bloeddruk voorspellen beter het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten dan de bloeddrukmetingen bij de huisarts. Onduidelijk blijft echter hoe, door wie, waarmee en wanneer het thuis meten van de bloeddruk moet worden toegepast. Er is nog veel onbetrouwbare apparatuur in omloop. De auteurs bevelen aan dat voor de juiste keuze bij de aanschaf van een goedgekeurde meter en bijbehorende manchetmaat men de volgende websites kan raadplegen: www.dableducational.com en www.bhsoc.org. Een apparaat is betrouwbaar nadat hierover een positief testverslag in een wetenschappelijk tijdschrift is gepubliceerd. De polsmeter is nog onvoldoende betrouwbaar.

 

Het is echter niet duidelijk hoeveel thuismetingen moeten worden verricht om die bloeddrukwaarde te verkrijgen die het cardiovasculaire risico voor de lange termijn zo goed mogelijk voorspelt.

Zelfmetingen leveren echter in het algemeen een betere schatting van de ‘werkelijke’ bloeddruk op dan metingen tijdens het spreekuur, ook voorspellen ze beter de mate van orgaanschade en de kans op het krijgen van hart- en vaatziekten dan conventionele metingen. Met name door minder effect van het wittejasseneffect. Als grenswaarde voor thuismeting hanteren de auteurs 135/85 mmHg.

 

Wanneer de thuis gemeten bloeddrukwaarden andere conclusies geven dan de bloeddrukwaarden zoals gemeten in de huisartsenpraktijk verdient het aanbeveling om de procedure te herhalen. Bij aanhoudende verschillen kan een ambulante 24-uursbloeddrukmeting uitsluitsel geven omtrent het ‘werkelijke’ bloeddrukniveau van de patiënt.